jeanne korevaar blog

Langs de securitycheck

Sleep, eat, race. En dat elke keer opnieuw. De juiste voeding op het bord, in koers er keihard voor knokken en na de finish meteen weer herstellen voor de volgende wedstrijd die komt. Het leven van een wielrenner is best geordend en allesbehalve ingewikkeld. Maar wat als je in de koersagenda doorbladert naar de dag van morgen en ziet dat alle volgende pagina’s wit zijn? Dan is het gedaan met dat steady ritme; tijd voor off-season. Even de zinnen verzetten en dan, hup, terug op de fiets, in training.

Het off-season kwam afgelopen jaar op precies het juiste moment. Met de Boels Ladies Tour had ik een zware ronde in de benen. Ik merkte dat ik na meer dan zestig koersdagen langzamerhand m’n reserves begon aan te spreken. Zoals van tevoren afgesproken reed ik met de Lotto Belgium Tour m’n laatste wedstrijd. Met een goed eindklassement en vooral een mooie etappeoverwinning in Herselt kon ik het seizoen op de best denkbare manier afsluiten. Mentaal gezien is zo’n succes een opsteker, het houdt een eventuele winterblues ver bij je vandaan.

Na aankomst in Down Under worstelde ik met een jetlag, maar in de sterk bezette Deakin University Elite Women’s Road Race kwam de bevestiging dat ik goed ben

Ik had me voorgenomen om tot eind september rustig door te trainen, omdat de winterstop anders wel erg lang zou worden. Het liep allemaal wat anders toen de bondscoach me belde. Of ik mee wilde naar het wereldkampioenschap in Innsbruck, was zijn vraag. Er was op het laatste moment een plaats vrijgekomen in de selectie, omdat Sabrina Stultiens helaas niet fit genoeg bleek. Tegen de bondscoach zeg je uiteraard geen nee, dus ging de knop direct om. In de zesde versnelling stelde ik met mijn trainster een optimaal trainingsprogramma samen zodat ik twee weken later weer in orde was. Best spannend!

Kort na de finishlijn van het kampioenschap was ik wat minder te spreken over mijn prestatie, maar de voldoening kwam er wel. Uit allerlei hoeken – van de bondscoach, selectie, ploeg, trainer, fans – kreeg ik positieve reacties voor de rol die ik had gespeeld in het behalen van de wereldtitel van Anna van der Breggen. Toen ik m’n seizoen reflecteerde, zag ik ook in dat het goed was geweest. Ik had genoeg werk opgeknapt en wist dat ik trots mocht zijn. Wie aan het begin van het seizoen had gezegd dat ik in september naar het wereldkampioenschap zou gaan, had ik waarschijnlijk uitgelachen.

Na enkele weken rust ben ik in november met een flinke dosis positivisme begonnen aan m’n seizoensvoorbereiding. Het weer was aanvankelijk nog redelijk, maar verslechterde zienderogen. Je had me eens moeten zien na een lang (veel te lang!) rondje door de Biesbosch. Ik wachtte in de kou voor het pontje over de Maas en eindelijk aan de overkant had ik een platte band. Dat is dan net iets te veel van het goede. Gelukkig riep de aangename winterzon in Spanje – vamos! – en mocht ik op teamkamp naar Denia, gevolgd door een verblijf in de buurt van Valencia, samen met m’n familie.

Op zulke momenten rijd ik echt relaxt en vrij rond. Niets moet, het seizoen is nog ver weg. De kilometers vliegen onder je wielen voorbij zonder dat je er erg in hebt. Met een tevreden gevoel – een mix van goede herinneringen aan vorig seizoen en de fijne sfeer bij CCC-Liv – werkte ik onder de Spaanse zon m’n schema’s met duurtrainingen af.

Na in het nieuwe jaar een weekje thuis te zijn geweest, vertrok ik met de ploeg op kamp naar Australië. Daar reed ik ook de eerste wedstrijdjes in de stijlvolle, oranje Etxeondo-kit. Zulke koersen zijn goed om weer in je ritme te komen. De rensters uit Australië staan scherp, omdat zij in die periode hun nationale kampioenschappen rijden. Dat zorgt voor flinke tegenstand en daarom moet je op zoek naar je grenzen. Tegelijkertijd was er de ruimte om het team, met verschillende nieuwe rensters, ook in wedstrijd te leren kennen.

Na enkele koersloze weken, waarin alle rensters verscholen in de loopgraven zich in stilte voorbereiden tot er weer aangevallen wordt, hoopt elke renster op een teken van vorm; op benen die net iets gemakkelijker draaien dan het jaar ervoor en op een fris hoofd dat zin heeft om er weer in te vliegen. Bij mij is dat niet anders. Na aankomst in Down Under worstelde ik met een jetlag, maar in de sterk bezette Deakin University Elite Women’s Road Race kwam de aangename bevestiging: als zevende kwam ik boven op de venijnige slotklim en uiteindelijk eindigde ik als twaalfde. De trui voor beste jongere tot 25 jaar mocht mee terug naar Zuid-Holland, dat was een mooie beloning voor al het werk.

Afgelopen week zat ik met het team in Girona, thuis bij m’n ploeggenoot Ashleigh Moolman Pasio. Daar, in Catalonië, hebben we de vorm nog wat fijngeslepen, voordat we komend weekend aan het echte werk beginnen. Inmiddels ben ik weer thuis in de polder en tel ik af voor de Omloop Het Nieuwsblad van komende zaterdag en de Omloop van het Hageland van zondag. De koersbroek, het shirt, de raceschoenen en de helm zitten ingepakt in de koffer, ik ben klaar om naar het teamhotel in Gent te vertrekken.

Ik wil doorgroeien als renster en een solide seizoen rijden met hier en daar een klinkende uitslag

Zo’n zware koers als de Omloop Het Nieuwsblad, met een reeks pittige hellingen en kasseistroken, is een beetje als de securitycheck op de luchthaven. Je kunt je onmogelijk verstoppen, je moet alles wat je in je hebt naar buiten gooien en je moet er gewoon langs, wil je op de gewenste bestemming aankomen. Gaat het niet in één keer goed, dan word je misschien een tikkeltje nerveus, maar is er zeker nog niets aan de hand. De seizoenstrip duurt immers nog lang. Dat is ook zo als het wel in één keer gesmeerd gaat.

Zo rationeel probeer ik de wedstrijd van zaterdag ook te benaderen. Enerzijds zijn er de gezonde wedstrijdzenuwen. Heb ik me wel op de juiste manier voorbereid? Wat is mijn plaats in het peloton? Anderzijds is de Omloop Het Nieuwsblad voor mijn geen doel op zich. Mijn doelstelling is anders: ik wil doorgroeien als renster en een solide seizoen rijden met hier en daar een klinkende uitslag. Dat kan best, zegt mijn gevoel. Ik zie ernaar uit om zaterdag de eerste trap in die richting te geven.

Menu